Porto

Woord voorzitter

Te vriendelijk?

Woord voorzitter

Te vriendelijk?

Eind mei hadden we een, naar mijn mening, zeer geslaagd voorjaarscongres! Met een mooi inhoudelijk thema; advance care planning (ACP). Iets waarvan we zeggen dat het onze ‘corebusiness’ is en waarvan we ook kunnen zeggen dat we het in Nederland heel goed doen. De presentatie van hoogleraar Cees Hertogh hielp ons even boven onszelf uit te stijgen en te kijken naar waar het nog beter kan rond ACP. Het blijkt dat er nog aardig wat mensen zijn (15% van de langdurige zorg, 25% tijdens revalidatiezorg) die zonder vastgelegd reanimatiebeleid in een zorginstelling verblijven. En we leggen die afspraken vaker pas na één week, dan tijdens de opnamedag vast. En in een kwart van de gevallen pas na zes weken. Verder lijkt het toch ook vooral belangrijk om niet alleen een lijstje aan te vinken, maar ook te beschrijven wat je met elkaar besproken hebt. Liefst ook met de naasten van de patiënt. Collaborative decision making. De inleiding van Cees Hertogh was een mooie start van een verder ook zeer geslaagd congres met veel interessante sprekers.

We hadden echter nog iets dat deze dag bijzonder maakte. De staatssecretaris Martin van Rijn was gekomen om samen met ons het congres te openen. Hij ging met ons in debat over de verpleeghuiszorg en het plan van aanpak voor het verbeteren van de zorg in verpleeghuizen. Het was de dag nadat het pgb-debat in de Tweede Kamer was afgezegd en hij flink onder vuur lag. En toch kwam hij naar ons congres. In eerste instantie is dat natuurlijk iets om zeer verheugd over te zijn, al was het maar omdat anders het hele programma weer omgegooid moet worden. Maar ook omdat ik denk dat het aangeeft dat we belangrijk (of leuk) genoeg zijn om naartoe te gaan. Onze staatssecretaris lijkt ons de laatste tijd goedgezind te zijn. Hij spreekt ons zelfs rechtstreeks aan op onze verantwoordelijkheid voor kwalitatief goede zorg in de verpleeghuizen en daarbuiten (zie http://www.artsenauto.nl/vanrijn/). Nee, we kunnen niet meer zeggen dat men ons niet kent. Dat het nog steeds niet helemaal duidelijk is wat we doen blijft helaas nog wel een feit. En dat er behoefte blijft aan een kosten-baten analyse ook. Want extra geld geeft het ministerie liever niet. Maar hij was er en dat was top!

In de loop van de dag hoorde ik op verschillende plekken een bijzonder geluid. Dat we zo vriendelijk zijn als beroepsgroep. Vriendelijk? Ja zeker. De sfeer was goed en is dat trouwens meestal. Onze doelgroep maakt ons misschien ook wat geduldiger, milder en vriendelijker? Ook tijdens het debat met de staatssecretaris waren we voorkomend en vriendelijk. Opeens dacht ik; kun je ook te vriendelijk zijn? Het is iets dat ik de laatste tijd ook vaker hoor van bestuurders. We zijn echt anders dan onze collega’s in ziekenhuizen of de huisartsen. Vriendelijk. Is dat slecht?

Ik denk dat er niets mis is met vriendelijkheid. Het brengt je veel. Niemand doet iets voor ongezellige en onaardige mensen. Maar een valkuil van vriendelijkheid is braafheid. Zijn we te braaf? Misschien moeten we erkennen dat het soms nodig is om heel duidelijk te zijn over wat kan en wat niet kan. Dat hoeft niet schreeuwend en tierend. Maar wel duidelijk. Er zijn grenzen. En ja, dan vindt men je opeens een stuk minder aardig. Dat vraagt een dosis lef. Bestuurders zeggen tegen mij vaak dat ze graag wat meer horen van ‘hun’ artsen. Zij zijn veelal ook zoekend. En dan mag het best een beetje schuren. Zonder wrijving geen glans!

Als u nog nooit (of niet zo vaak) gesproken heeft met uw bestuurder is het nu wellicht een mooi moment om een afspraak te maken. Niet eens om het te hebben over wat er anders moet, of wat niet goed gaat, maar gewoon om elkaar te leren kennen en uw expertise aan te bieden voor het geval dat eens nodig mocht zijn. Een soort advance care planning voor uw organisatie.

 

 

 

 

Deel dit artikel

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Plaats een reactie

Het is op dit moment niet mogelijk om reacties te plaatsen. Excuses voor het ongemak.